Ik heb wat uit te leggen…

Dacht ik gisteren nog dat iedereen wel wist dat ik Anja Janssen heet en YA fantasy schrijf onder Oli Veyn, na mijn jubelende post over mijn feelgood/romcom onder mijn eigen naam die deze zomer bij Zomer en Keuning uitkomt, blijkt dus dat een heleboel mensen het niet wisten. Excuses daarvoor.

Maar waarom dan Oli Veyn? Toen ik begon te schrijven (2013) en ik me ging verkennen in de wereld van boeken, fantasy en uitgeven stuitte ik op de naam An Janssens, die destijds recent een boek had uitgegeven. Ik voorzag dat dat wel eens verwarrend kon worden, want An schrijft ook fantasy.

Iemand adviseerde mij om een pseudoniem te nemen. Achteraf gezien had ik gewoon mijn eigen voornaam moeten houden (dat had zoveel verwarring in het begin voorkomen, want als iemand Oli riep, dan had ik nog niet door dat ik dat was en toen vriendschappen hechter werden voelde ik me bezwaard om deze naam en niet mijn echte naam te gebruiken). Anja Veyn of weet ik welke creatieve oplossing ik toen zou hebben bedacht.

Maar je bent creatief of niet en een naam krijg je bij je geboorte zonder dat je daar iets over te zeggen hebt, dus toen ik een naam kon kiezen, dacht ik, wow, dat is leuk. Ik weet nog dat ik naar huis reed en voor een stoplicht in Tilburg te wachten stond, toen mijn oog viel op de naam van een flat: olivijn. Ik vond hem direct leuk. Later ontdekte ik dat het een mineraal is dat de aarde zuivert van kooldioxide (mineraal + positief) en het was ook een knipoog naar Olivander, de toverstokkenverkoper in Harry Potter en mijn favoriete personage en passage uit boek 1.

Dus maakte ik een pagina aan en introduceerde mijzelf als Oli Veyn, maar vermelde vaak genoeg dat ik eigenlijk Anja heet. Toen ik aan mij carrière begon waren mijn kinderen nog klein, kwam ik bij artsen in heel Nederland en kon ik mijn privéleven en mijn schrijven gescheiden houden. Oli raakte bijna net zo ingeburgerd als Anja, dus dat geworstel tijdens het voorstellen was er ook niet meer.

Het heeft ook wel eens leuke anekdotes opgeleverd. Tijdens de boekpresentatie van mijn debuut zat bijna de hele zaal vol met familie en vrienden. Uitgever Elly kende mij als Oli en noemde mij ook zo, terwijl de hele zaal zoiets had van, dat is ons Anja. Die keer dat ik uitgenodigd was op een privé feest van Thomas Olde Heuvelt en achteraf iemand de opmerking maakte of er geen vergissing was gemaakt met An Janssens (!) was ik juist weer blij met mijn pseudoniem (want Janssen is geen zeldzame naam en er zijn in Nederland echt meer dan 60 (!) vrouwen die Anja Janssen heten). Na die opmerking over dat feestje heb ik er een nacht niet van geslapen, maar Thomas verzekerde mij dat de uitnodiging echt voor mij was bedoeld en dat An zelf een uitnodiging had gekregen. Pffff.

Toen Zomer en Keuning mijn verhaal had gelezen en wilde uitgeven, vroegen ze mij of ik dit onder mijn eigen naam wilde doen. Aangezien Oli Veyn meer bekend is onder de YA en fantasylezers, schept een feelgood misschien de verkeerde verwachtingen en wordt het toch chaos. Is dit nu fantasy of feelgood of allebei? Hoewel chaos best bij mij past, voelde het direct goed toen Z&K mij voorstelde om onder mijn eigen naam te publiceren. Een eigen naam blijft toch bijzonder, of je er nu blij mee bent of niet (ik ben trots op de naam Janssen en mijn familie!).

Deze zomer komt er dus een boek uit van mij, en ook al voelen de boeken die ik onder Oli Veyn heb uitgegeven ook van mij, dit geeft het toch net dat beetje extra en, moet ik eerlijk bekennen, en roept toch behoorlijk wat spanning op. Want een pseudoniem is ook veilig.

Even voor de duidelijkheid: ik blijf fantasy schrijven onder Oli Veyn (poortwachters 3 is nu aan de beurt!) en ik ga feelgood/romantische verhalen schrijven onder Anja Janssen. Beide genres liggen mij nauw aan het hart en ik zou niet zonder de een of de ander kunnen. Maar zo is het wel voor iedereen duidelijk wat je krijgt als er Oli of Anja op een boek staat. En kom je mij tegen op een festival of tijdens een evenement, je mag me Oli, Anja of ons An noemen (zo noemt mijn familie mij). Ik ben dezelfde persoon en ik heb me nooit anders gedragen, of ik me nu Oli of Anja noem, dit ben ik. En dat is dan ook alles. Meer namen zijn er niet.

Vleugels en wind

Afgelopen vrijdag keek ik naar een live uitzending van mijn favoriete band Seon Linn (Iers) die hun nieuwe single presenteerden. Ze vertelden hoe fijn het was samen te werken met de producer van de studio die de recordings deed, omdat hij hen altijd pushte om net iets verder te gaan waardoor de prestatie van goed naar exceptioneel ging. Dat was een binnenkomer en ik begon erover te brainstormen.

Als ik namelijk denk aan schrijven, dan herken ik dit en iedere andere artiest zal er misschien ook iets van waarheid in vinden. Naast een muse hebben we iemand nodig die ons een wortel voor houdt en net dat stapje extra laat zetten om het beste eruit te persen. Of het nu een schrijfcoach is of een redacteur, een vriendin of misschien zelfs je partner.

Vorige maand hadden we in onze schrijversgroep Apex een meeting met Michael J Sullivan. Zijn vrouw zat er ook bij en wist een heleboel vragen te beantwoorden, omdat ze een expert is in de boekenindustrie en als zijn agent werkt. Ze wist alles over contracten, de trends en wat werkte en niet werkte in de boekenindustrie. Ze adviseerde ons welke wegen we moeten vermijden en waar de kansen liggen, dat er in selfpublishing steeds meer kansen komen voor hybride auteurs en dat we op moesten passen met het weggeven van alle rechten. Luisterend naar haar besefte ik hoe belangrijk zij is geweest en nog steeds is voor zijn succes, naast natuurlijk het prachtige werk van Michael zelf, want je kunt nog zo goed managen, als je geen goed produkt hebt wordt het niets.

Ik hoor het meer, partners die schrijvers bijstaan en het zakelijke gedeelte overnemen, gebieden waarin wij schrijvers meestal helemaal niet zo goed in zijn, of het nu promotie, contractonderhandelingen of acquisitie follow up zijn. Er zijn zelfs partners die de eerste proeflezers zijn en de verhalen mee redigeren voordat er iemand anders naar kijkt. Hoe machtig mooi is het dat iemand zoiets belangenloos wil doen? Ik denk dan aan het liedje The wind beneath my wings van Bette Midler.
Zo belangrijk zijn, maar altijd in de schaduw staan.
De schrijver krijgt de complimenten, maar zoveel meer mensen verdienen het compliment eigenlijk.

Toen ik klein was kwam er een moment dat mijn vader mij losliet bij het fietsen zonder zijwieltjes voordat ik zelf door had dat ik al zonder kon fietsen. Het laatste zetje en los… pas na een paar meter had je door dat je vader gestopt was. Alsof je zo de wijde wereld in werd geduwd. Jij kunt het, ik geloof in jou.
Ik heb een goede vriendin. Als ik haar bel dat ik er niet meer uitkom, maakt ze direct tijd voor me en kijkt met mij mee, analyseert en geeft advies. Dat is goud. Maar ze zet me altijd aan het werk, laat mij zelf de oplossing vinden en daagt me uit het verhaal nog beter te maken, die boodschap of rode draad in mijn verhaal te verwerken, want naast een leuk verhaal moet de lezer ook iets meekrijgen.
Ook een redacteur is een aanjager. Zonder hen geen krachtig verhaal, mist het boek net dat stapje extra. Zij harken die extra ster binnen of de boekbuzz.
Ik kan nog uren doorgaan over alle belangrijke mensen in mijn leven die de wind onder mijn vleugels zijn/waren, mijn hele leven lang, of voor een korte vlucht. Deze blog is een ode aan jou, jij weet wie je bent en ik wil je hierbij vertellen dat ik je ontzettend dankbaar ben. Ik kan alleen maar hopen dat ik de wind was/ben voor anderen, maar zeker voor mijn kinderen. Naast nemen moet je ook kunnen geven.

Ik ben erg ambitieus en ik wil het beste voor mijn verhalen, neem geen genoegen met minder. Maar het gevoel dat iemand je kan geven als je gepusht wordt, de haren uit je hoofd trekt door die ene opmerking of dat ene zinnetje, totdat je de oplossing vindt… opmerkelijk hoe je die toch altijd weet te vinden. Wij kunnen altijd iets meer dan we denken te kunnen. En dan kun je alleen maar dankbaar zijn dat diegene de moed had je dat duwtje in de rug te geven en dan los te laten.

In deze tijd is alles gemakkelijk te krijgen. Ik zie het bij mijn kinderen, bij mijzelf. Hard werken is niet nodig en als dat wel moet, dan is er veel weerstand. Ik zie het ook op het werk: jonge mensen die van recht school komen, een jaartje binnen het bedrijf werken en verwachten dat ze dan al recht hebben op promotie. Soms lijkt het of we vergeten zijn hoe we moeten knokken, willen we alleen maar verdedigen wat we allang hebben veroverd en eisen alleen maar op zonder er hard voor te werken. Met schrijven is het niet anders, het is hard werken. Het is negatieve recensies incasseren, anderen laten passeren, het is maanden zwoegen op dat ene stukje in het manuscript om dat goed te krijgen, het is weer een opleiding volgen, want kennis leidt naar succes. Het is die paar uur meer werken om die opleiding te kunnen bekostigen. Het is gewoon hard werken.
Maar als er dan een overwinning komt… dat gevoel is nauwelijks te beschrijven. Zo’n overwinning dat bloed, zweet en tranen heeft gekost om het te verwezenlijken is euforie. Juist de hobbels, de gevechten, de net niet maar dan toch, de vreugde van eindelijk die top bereiken, die momenten blijven me bij en ik kan nog jaren teren op dat gevoel.

Dus zoek die uitdaging op, ga het gevecht aan. Wil je meer salaris? Wacht niet tot de volgende ronde, maar grijp je kans. Voel die hand tegen je rug die je het laatste zetje geeft om je te laten fietsen. Die hand die zegt: ik geloof in jou. Wees trots op wat je doet en wie je bent en zorg dat je net als die ene collega ook gewaardeerd wordt.
Wil je die plek bij die uitgever? Stuur je manuscript op en leg je ziel en zaligheid in de query letter, de synopsis en je boek. Ik daag je uit net dat stapje extra te zetten, nog een keer alles na te kijken.
Vecht voor wat voor jou belangrijk is. Zoek iemand die je uitdaagt en je de grenzen op laat zoeken, die het vertikt dat je bij de pakken neer gaat zitten als het even tegenzit, maar je een schop onder je kont geeft en je door laat gaan.

Dank aan iedereen die mij laat vliegen, steeds hoger en mij laat zweven op hun wind. En dank voor de hand op mijn rug, het zetje extra. Jullie zijn goud.

The wind beneath my wings – Bette Midler
https://www.youtube.com/watch?v=jorJh8DTMVM

It must have been cold there in my shadow
To never have sunlight on your face
You were content to let me shine, that’s your way
You always walked a step behind

So I was the one with all the glory
While you were the one with all the strength
A beautiful face without a name for so long
A beautiful smile to hide the pain

Did you ever know that you’re my hero
And everything I would like to be?
I can fly higher than an eagle
For you are the wind beneath my wingsIt might have appeared to go unnoticed
But I’ve got it all here in my heart
I want you to know I know the truth, of course I know it
I would be nothing without you

Did you ever know that you’re my hero?
You’re everything I wish I could be
I could fly higher than an eagle
For you are the wind beneath my wings

Did I ever tell you you’re my hero?
You’re everything, everything I wish I could be
Oh, and I, I could fly higher than an eagle
For you are the wind beneath my wings
‘Cause you are the wind beneath my wings

Oh, the wind beneath my wings
You, you, you, you are the wind beneath my wings
Fly, fly, fly away, you let me fly so high
Oh, you, you, you, the wind beneath my wings
Oh, you, you, you, the wind beneath my wings

Fly, fly, fly high against the sky
So high I almost touch the sky
Thank you, thank you
Thank God for you, the wind beneath my wings

Wat zeg je nou?

Om maar direct met de deur in huis te vallen: een dialoog moet meerwaarde bieden, anders is het onzinnig geklets.

Ik vind dialogen schrijven leuk. Vaak ondergaan zij meerdere redactierondes en eindigen de dialogen met veel minder woorden dan waar ik mee begon. Het vraagt veel creativiteit en is een actieve manier om informatie over te brengen zonder dat het saai wordt. Tenminste, als het goed is gedaan.

Als schrijver moet je jezelf de vraag stellen: wat wil ik bereiken met de dialoog?
Een dialoog moet de plot, het verhaal, vooruit stuwen, de dialoog moet iets toevoegen. Het is belangrijk te weten wat het moet toevoegen (discussie leidt tot conclusie, opbloeiende liefde leidt tot relatie of eerste kus etc.)? Het maakt niet uit hoe goed je dialoog geschreven is, als het geen doel in het verhaal heeft is het zinloos gebabbel.

Het moet ook geen verkapte infodump zijn, bijvoorbeeld: vechtend tegen reuze schorpioenen legt een vriend uit hoe ze zijn ontstaan en waar ze vandaan komen, terwijl je personages in de tussentijd allang verslonden kunnen zijn.

Een slimme manier om informatie over te brengen is een conflict waarbij personages elkaar dingen verwijten ‘maar jij deed dit …’, dan voelt het veel natuurlijker. Hoe?
1. De ander is druk bezig en wil niet worden gestoord
2. Verschil in kennis, de een vertelt een heleboel, terwijl de ander nog bezig is het eerste te verwerken. Dit wekt irritatie op.

In een goede dialoog is het duidelijk wie er praat aan de manier waarop hij/zij praat:
1. Dialect: veel lezers zullen eroverheen lezen, maar als het hele manuscript in dialect geschreven is, wordt het moeilijk te verkopen. Bovendien moet je alleen in dialect schrijven die je zelf goed beheerst (Tilburgs is een verdomd moeilijke taal en als ik schrijf slaojmeejaajmeejjuinmeejerpel heb jij geen idee waarover ik het heb.) Beter is om af en toe een stopwoord toe te voegen dat verwijst naar het dialect. Uitzonderingen is door een ander de zin te laten herhalen of door een vraag te stellen die de zin verduidelijkt (Terry Pratchett doet dit meesterlijk).
2. Karaktereigenschappen: agressief versus passief, bescheiden, bezorgdheid die doorklinkt in de antwoorden versus iemand die egoïstisch is, kalm vs. nerveus, grappig vs. bloedserieus.
3. Enthousiasme over een bepaald onderwerp dat je personage interesseert. Als je enthousiast bent, ga je sneller praten, komen er handgebaren en wil je de ander proberen te overtuigen.
4. Uitspraken/scheldwoorden die we vaak gebruiken ‘snap je dat?’ of ‘Verdorie’. In mijn verhaal ‘Een fantastische vriendschap laat ik een oudere man steeds ‘verdullemedikke’ zeggen, dat karakteriseert hem.

Ik probeer iedere dialoog een eigen karakter te geven. Een goede oefening die ik vaak doe is om op het terras eens goed om me heen te kijken. Welke mensen zien er hetzelfde uit, hebben soortgelijke kleding aan? Hoe creëer je verschillen, karakters, personages met een eigen stem.
Als iemand optimistisch is en er komt iemand binnen die net zijn baan heeft verloren zal diegene zeggen: ‘Fijn, kun je nu doen wat je eigenlijk wilt doen, of wat je passie is.’
Iemand die het juist allemaal wat zwaarder ziet zal helemaal meegaan in de ellende dit het verlies van een baan met zich meebrengt. Iemand die zorgzaam is zal een hand op de schouder of tegen de rug leggen en geruststellen dat het vast allemaal goedkomt.
Drie keer een andere reactie die veel over de persoon zelf zegt.

Iedere goede dialoog heeft een conflict, wat niet betekent dat ze meteen ruzie hebben, kan, maar hoeft niet. Een goede dialoog heeft een bepaalde spanning, of het nu twee verschillende personages zijn die ieder, met hun eigen motivatie tegenover elkaar staan of een bepaalde emotie die versterkt wordt. Vaak speel ik met lichaamstaal, toon en korte (snel, boos, opgewonden) en lange zinnen (uitleggen, aarzeling, gelijk halen).

Maar hoe realistisch moet je eigenlijk zijn als je een dialoog schrijft? Niet te. Je moet niet iedere uhm, aaah, mwaah erin verwerken, want dat wekt irritatie op bij de lezer als je dat te vaak doet. Het is belangrijk om dialogen zo te schrijven dat de lezer er deze zelf wel uithaalt/erin verwerkt.

Vaak verwerk ik verhoudingen tussen personages ook in de dialogen. Iedereen is in een relatie (vriendschap, liefde) omdat die relatie iets oplevert. Je vult elkaar aan of je versterkt elkaars eigenschappen. Vaak kijk ik hiervoor naar relaties in mijn eigen omgeving of die van mijzelf. Dat is wat een dialoog realistisch maakt.

Om mezelf te trainen in het schrijven van dialogen heb ik he volgende gedaan: het lezen van toneelteksten/screenplay (die zijn gratis online te vinden als je goed zoekt, helaas alleen in het Engels), ik bezoek een ruimte waar veel mensen zijn (bijv. fantasyfestival, YA-event) of ga naar het terras en luister de dialogen af. Daarna probeer ik die dialogen op te schrijven of te verwerken in mijn boek.
Ook een leuke oefening is om een kort verhaal te schrijven in alleen dialogen. Ik heb ooit dit verhaal geschreven en het heeft me echt geholpen om te leren via een dialoog informatie over te brengen.

Het is leuk om te spelen met dialogen. Het meest realistische is een dialoog waarbij de ander hoort wat hij wil horen, maar wat de ander niet bedoelt. Hiermee creëer je een realistisch dialoog. Soms hoor je wat je wilt horen, niet wat er werkelijk gezegd wordt (het spelletje van de zin die fluisterend wordt door verteld). Weet je dat dit ook een geweldige manier is voor foreschadowing? Zo zit er in deel 1 van De Orde van de Poortwachters een dialoog met informatie die pas in deel 3 relevant wordt.

Tenslotte dit: schrijven is voor mij als het schilderen, kleur voor kleur en veeg voor veeg op het doek i.p.v. het complete beeld in een keer erop te knallen. Ik creëer een setting, de lezer vult de rest zelf in en de aaneenschakeling van de scenes vormt het uiteindelijke schilderij, maar wat de aanschouwer (lezer) ziet, kan totaal anders zijn dan wat ik als schrijver voor ogen heb.

Werkt bovenstaande niet voor je? Eigenlijk moet je ook gewoon schrijven wat voor jou werkt. Denk aan Shakespeare. Hoe realistisch is dat? Niet. Maar wel vermakelijk.

Iene, miene, mutte…

Ik heb meer ideeen dan tijd om te schrijven. Momenteel liggen er tien verhalen in de denkbeeldige lade en heb ik een stuk of vijf potentiele verhalen die uit kunnen groeien tot een boek en/of serie. Fijn, zul je zeggen, dan ben je nog wel even bezig. Dat klopt. Ik zou ieder uur van de dag kunnen schrijven, maar zo’n schrijver ben ik niet. Ik heb namelijk ook tijd nodig om te plotten, personages uit te werken en het verhaal te laten groeien. Ik zal het even uitleggen.

De ideeen zijn er, maar dat wil nog niet zeggen dat het verhalen zijn of dat ik het boek kan schrijven. Nu ben ik iemand die kan beginnen met schrijven zonder dat het verhaal van A tot Z bekend is, en ook al is het dat wel, dan kan het verhaal nog zodanig veranderen dat het compleet anders wordt als ik vantevoren heb uitgedacht.

Maar een idee is nog geen verhaal. Het is een begin. Ik leg het uit aan de hand van een voorbeeld. Dit is bijvoorbeeld een idee: Wat als er een geheime organisatie is die naast de onze leeft? Wij weten niet van hun bestaan of van hun praktijken. Ze hebben geheime lokaties en alles wat we kennen van fantasyboeken blijkt waarheid te zijn.

Nou. Dat is best een leuk idee, maar om te gaan schrijven heb je een hoofdpersonage nodig die iets wil, een doel, een wens, noem het maar op, maar de drang om dat te bereiken, hebben of te verkrijgen is zo groot dat het interessant wordt. Denk aan Frodo en de ring, denk aan Katniss en haar moeder en zusje. Dat doel kan in het begin anders lijken (Katniss wil haar zusje beschermen), maar uitmonden in een totaal ander doel (overleven). Wat het ook is, de hoofdpersoon is bereid om diep te gaan om dat doel te bereiken.

Goed. We hebben een idee, een hoofdpersoon en iets wat diegene graag wil. Stel, je wilt iets en door een muisklik zal het de volgende dag met de post in je brievenbus liggen. Dat is een saai verhaal. Om het wat spannender te maken voegen we een conflict toe, want een conflict, en dat is geen gevecht of woordenwisseling, maar een obstakel, iets wat de hoofdpersoon belemmert om zijn of haar doel te bereiken, maakt het verhaal. Nido in de Orde van de Poortwachters wil bijvoorbeeld terug naar haar ouders, naar haar oude leventje. Door haar steeds te belemmeren dat doel te bereiken ga je meeleven met wat ze allemaal meemaakt en wil je weten wat er nog meer gebeurt en of het haar lukt dat doel te bereiken.

Om dat conflict goed neer te zetten, moet je dus met de hoofdpersoon meeleven. Je moet je betrokken voelen en die drang en die teleurstelling bijna zelf voelen als het weer niet lukt. Je moet je hoofdpersoon zo realistisch mogelijk maken en allesbehalve perfect. Superhelden zijn vaak slank en sportief. Wat als er een keer een ander soort held komt, iemand van wie je het niet verwacht? Het mollige buurmeisje of de slungelige buurjongen die iedere avond de vakken vult? Dan wordt het interessant, want om een held of strijder te zijn, moet je fysiek sterk zijn en wat als je dat niet bent? Tja, dan wordt het moeilijk. En dat is juist interessant om te lezen. Want het zou zomaar kunnen zijn dat jij daar terecht komt, en hoe zou het jou vergaan? Waarschijnlijk wordt het net zo’n martelgang. Dus moet je veranderen, dat kan fysiek, maar zeker ook mentaal. Nido denkt dat ze het niet kan, maar niets is onmogelijk en met doorzettingsvermogen en een flinke dosis overtuiging kom je er ook.
Er is dus een innerlijk conflict die de hoofdpersoon moet overwinnen. De hoofdpersoon moet vaak veranderen om zijn of haar doel te bereiken en dat zal niet zomaar gaan. Kijk naar jezelf. Gewoontes of bepaalde overtuigingen ben je niet zomaar kwijt. Vaak loopt hij of zij steeds tegen zijn of haar tekortkomingen aan, is het vallen en opstaan. Om dat doel te kunnen bereiken moet er iets van binnen veranderen of moet hij of zij een bepaalde overtuigingen overboord gooien om te kunnen veranderen in de persoon die dat doel kan bereiken.

Doordat je als lezer je kunt inleven in hoe erg het moet zijn om in zo’n wereld terecht te komen als je het liefste met je neus in de boeken zit, voel je je verbonden met de hoofdpersoon en wil je weten hoe dit afloopt. Je roept als schrijver dus een bepaalde emotie op die heel veel mensen zullen herkennen, waardoor je je sneller identificeert met een persoon (heimwee – Outlander, bescherming – Katniss). Emotionele binding is dus erg belangrijk. Ik maak het mijn hoofdpersonen graag flink moeilijk, gooi torenhoge uitdagingen naar hem of haar toe en laat ze hard werken. Daarmee laat ik als schrijver zien wie ze zijn en waar ze voor staan en voelt de overwinning/climax voor de lezer op het einde nog meer als een euforie.

Simpel? Nee, verre van dat. Als schrijver moet ik je aandacht ook nog eens bijna vierhonderd pagina’s vasthouden, moet het spannend zijn, maar moeten er ook rustige momenten zijn, zodat je als lezer letterlijk even op adem kunt komen. Daar komt het talent en de kennis van de schrijver om de hoek kijken en zal de schrijver scenes moeten bedenken die toewerken naar de climax op het einde van het boek, zodat jij als lezer waar voor je geld krijgt en ik als schrijver mijn belofte die ik in het begin van het boek doe, waar maak. Werk aan de winkel dus.

Het probleem met al die ideeen is: waar begin ik mee? Welk boek laat ik nog even liggen en welk boek pak ik op en ga ik afschrijven? Ik merk dat mijn interesse de afgelopen maanden veranderd is. Hunkerde ik eerst naar een goede fantasy of dystopian, nu heb ik behoefte aan feelgood en romantische verhalen. Zo werkt het ook met schrijven, ik neig nu meer naar romantische verhalen dan een keiharde fantasy.

Gelukkig is het laatste deel van de Orde van de Poortwachters een combinatie van beide dis daaraan (her)schrijven was geen straf. Maar het schijnt wel een licht op een ander dilemma dat ik heb. Moet ik mij als schrijver binden aan een enkel genre? Qua branding is dit het makkelijkste, maar ik hou ontzettend van afwisselen. Fantasy, horror, romantisch, historisch, feelgood. Ik vind het heerlijk om divers te schrijven. De rode draad in al mijn verhalen is de liefde, dus misschien moet ik mij niet fantasy schrijver of feelgood schrijver noemen, maar gewoon schrijver van romantiek en spanning.

De wereld schreeuwt om diversiteit, maar in branding moet je dat juist niet zijn, omdat je dan verwarring schept. Iemand die een boek van mij heeft gelezen, neem bijvoorbeeld De Orde van de Poortwachters, en die pakt een volgend boek, bijvoorbeeld een historische roman, die mist misschien het stukje verwondering. Iemand die een historisch verhaal van mij heeft gelezen en aan de Poortwachters serie begint zal misschien juist schrikken van die vreemde wezens en werelden, ook al zit er behoorlijk wat historische details over het oude Rome erin verwerkt. Daarom is het belangrijk dat je jezelf als auteur in een jasje stopt die herkenning oproept. Gelukkig hebben we als schrijver een nooduitgang: een pseudoniem.

Dus kijk er niet van op als je binnenkort een boek leest en denkt, goh, die schrijfstijl lijkt wel op die van Oli Veyn, want het zou zomaar kunnen dat…

Is het voor jou belangrijk dat een schrijver zich houdt aan een bepaald genre?

Niet een leider maar twee

Ik heb vannacht naar de speech van Harris en Biden gekeken en tranen rolden over mijn wangen bij de speech van Kamala Harris. Ze raakte me diep in het hart, wat een prachtige vrouw. Ik denk dat ze een voorbeeld is voor veel vrouwen over de hele wereld, niet alleen voor Amerikaanse vrouwen en meisjes, tenminste zo voelt het.

Na het horen van de speech realiseerde ik me hoe hard we dit nodig hadden: hoop. Na alle ellende die 2020 over ons uitstortte, glooide er gisteren dan eindelijk hoop aan de horizon. Liefde zal overwinnen. We gaan samen aan de slag, zetten de schouders eronder om klimaatsverandering te bestrijden, we gaan deze pandemie bestrijden en er is eindelijk weer respect, warmte en genegenheid voor elkaar, er is weer een samen mogelijk.

Ik wil niet zeggen dat Biden voor Europa de oplossing is, al zal hij zeker het verschil maken met zijn voorganger. We leunen al te lang op deze grootmacht en moeten nu eindelijk eens op eigen benen gaan staan. Maar toen ik gisteren naar Biden keek, hoe hij daar stond voor zijn volk, als een rots in de branding, omringd door zijn gezin, wat hij heeft meegemaakt (wij hebben ook een kindje verloren en misschien is dat wat me zo raakt in deze man) en hoe hij de hoop nooit heeft opgegeven, is blijven vechten, ondanks alle tegenslagen die op zijn pad zijn gekomen… dan heb je het in je om een verandering te bewerkstelligen die de wereld zo hard nodig heeft.

Wij hadden dit zo nodig. Ik had dit zo nodig. Het was al te lang donker en te kil. Dat brengt me op het volgende: ik mis in Nederland een running mate. Een vrouw naast Rutte die een beetje warmte, compassie brengt. Ik mis een vrouwelijke leider in Nederland. Ik wil niet zeggen dat Rutte het niet goed doet, zeker, gezien de crisis waarin we ons momenteel bevinden vind ik dat hij een baken van rust is, de leider die ons zo goed en zo kwaad als hij kan, ja met fouten, maar dat maakt hem alleen maar menselijk, door deze crisis probeert te leiden. Maar ik mis een Harris, iemand die daar staat voor mij als moeder die ook een betere toekomst wil voor haar kinderen, een leefbare planeet, die net als ik als werkende vrouw jongleert om een huishouden te runnen, succesvol te zijn in haar baan en zichzelf niet probeert te verliezen, een voorbeeld voor alle vrouwen in Nederland en daarbuiten. Misschien dat we daarom ons zo hechtten aan Irma, zij was die vrouw die er was als Rutte het volk toesprak en die de boel wat luchtigere maakte.

2020 wordt het jaar van de verandering genoemd en ik denk dat het tijd is voor verandering in hoe wij landen leiden. Waarom maar een leider? Waarom bijna altijd een man? Waarom niet een man en een vrouw samen? Ik wil mijn dochters meegeven dat ze alles kunnen worden, dat ze gelijke kansen hebben net als hun broer, maar ik vraag me af of dat nu wel zo is. Ik wil streven naar een wereld waarin dat wel kan, waarin je als vrouw alles kunt worden. En dan kun je dat nog verder doortrekken zodat ieder ras, ieder geloof, geaardheid is vertegenwoordigd in de leider en zijn running mate, want dat is wat Biden en Harris zo’n krachtig duo maakt: ze vertegenwoordigen zoveel lagen van de bevolking. Dat wil ik ook voor Nederland.

In maart mogen wij naar de stembus. Ik hoop echt dat wij ook gaan kiezen voor hoop, voor liefde, voor saamhorigheid. Ik ben klaar met polarisatie, met jij tegen ik, met geschreeuw om je mening te verkondigen. Laten we luisteren naar elkaar, laten we kijken hoe we deze wereld samen mooier, schoner, gezonder en beter kunnen maken. Laten we weer samen zijn, zij aan zij, en elkaar respecteren, ondersteunen en voortstuwen. Laten wij ook voor de liefde gaan.

Sympathy for the devil

In Brave New Love van Dutch Venture Publishing staat een verhaal van mijn hand: Sympathy for the devil. Het is een bijzonder verhaal met een diepere betekenis voor mij die ik, bijna een jaar na publicatie, graag wil toelichten.

Het verhaal is ontstaan toen mijn schoonmoeder op de intensive care kwam te liggen met een hersenbloeding. Daar, tussen al die apparatuur, mijn man die met hartverscheurend verdriet zijn moeders hand vasthield,  speelde de vraag op: hoe ver zou je gaan om iemand te redden waar je zielsveel van houdt? Zou jij je ziel verkopen? Dat is ook het thema van dit verhaal.

electric-guitar-566096_1920Maar er zit meer in dit verhaal. Het is ook een ode aan de twee grootste rockbands allertijden: The Rolling Stones en Queen. Nu Bohemian Rhapsody in de theaters draait wil k dit graag toelichten.

Allereerst Sympathy for the devil van The Rolling Stones, daar komt de titel van mijn verhaal vandaan. Ik luister het nummer regelmatig in de auto, tijdens lange ritten, en het nummer doet iets met me (niet alleen de heerlijke gitaarsolo, maar ook de gevoelens waarmee wordt gespeeld). Hoe kun je sympathie opbrengen voor zoveel geweld? Dat was de vraag die bij mij speelde. Ieder slecht persoon (waarom is daar in het Nederlands ook niet zo’n mooi woord voor als villain) heeft een verhaal, was ooit een kind en heeft ooit lief gehad. Het is niet zo dat door en door slechte personen geboren worden, ze worden gemaakt. Dat intrigeert. Want wat als je die sympathy kunt opwekken? Wat als de duivel een goed verhaal heeft en een reden heeft om zo te zijn? Mijn ouders hadden grote moeite met dit aspect van het verhaal, de katholieke leer geeft aan dat de duivel slecht is, punt. Geen mogelijkheid tot sympathy, hij vertegenwoordigt het ergste kwaad. Maar ik wil altijd graag geloven dat in ieder schurk goedheid schuilt en dat elk verhaal een reden heeft. Ik zoek graag die reden en probeer iedere villain (yeah) in mijn verhalen een eigen verhaal te geven.

Dan volgt Bohemian Rhapsody van Queen. Wat een heerlijk nummer. Ik kan nog steeds, na al die jaren, genieten van de verschillende fases, ritme en emoties in dit nummer. Dit is echt een kunstwerk.
Allereerst is daar de stand nul, de rust en de feitelijke opsomming. Hij heeft iemand vermoord en vertelt dat met weinig emotie. Vervolgens komt die emotie langzaam opzetten, het is een razernij die niet te stoppen lijkt, een proces, het bereikt een hoogtepunt, weerstand tegen alles en iedereen tot blijkt dat dit geen zin heeft en vervolgens de berusting. Het zijn de verschillende fases van een rouwproces, zo mooi verwerkt in slechts een paar minuten. Dat is het mooie van dit nummer. Die volgorde heb ik geprobeerd in mijn verhaal te verwerken, de verschillende fases waardoor mijn hoofdpersoon gaat. Het is een verhaal geworden van contrasten, het is geen liefdesverhaal, maar bevat wel romantiek, het is geen horrorverhaal, maar het bevat wel gruwelijke bodyhorror-fragmenten. Een verhaal van uitersten, van diverse emoties, net als Bohemian Rhapsody.

Mijn verhaal Sympathy for the devil is een ode aan de rock legendes, een hommage aan mijn schoonmoeder, een opstandig verhaal van mijn hand tegen de machteloosheid van de dood, het ongrijpbare van het geloof. Het is een verhaal dat je mooi vindt of waar je van gruwelt, een tussenweg is er bijna niet. Ik vind het tot nu toe een van mijn beste, korte verhalen door de verschillende lagen die ik erin heb proberen te verwerken, de tegenstrijdigheden: de liefde voor het geloof en het verzet ertegen, leven versus dood, liefde versus haat, wit versus zwart, man versus vrouw.

Als je het verhaal gelezen hebt ben ik benieuwd of jij bovenstaande ook hebt opgemerkt, of dat het verhaal voor jou een andere betekenis had.

Outlander gevoel

*bevat Outlander spoilers*

Ik heb een lijstje met gevoelens die ik in een roman wil verwerken als thema. Dit klinkt misschien raar, maar als je gaat kijken naar de plot in boeken, dan is het niet zozeer alleen het verhaal of thema dat je pakt, maar ook het gevoel dat de schrijver weet op te roepen dat zo herkenbaar is dat wat eerst binnenin je smeulde direct doet oplaaien.

landscape-540115_1920Neem bijvoorbeeld Outlander. Het verhaal gaat over een vrouw die kan tijdreizen, een leven hier (1946) heeft waar het boek begint, naar het verleden reist en haar grote liefde ontdekt in een voor haar vreemde tijd. Ik heb het boek gelezen en de serie bekeken. Ik ben echt fan en helemaal verknocht aan het verhaal. En ik niet alleen. Mijn beste vriendin ook. Ik ben gaan nadenken waarom dit verhaal me zo pakt. Buiten de mooie beschrijvingen, de sfeervolle scenes, geweldige acteurs (mmm) en een goed verhaal is er nog iets wat me raakt. Een gevoel.

Iedereen kent het gevoel van heimwee. Terugkijkend op je leven (oke, dat klinkt best oud), zijn mijn tienerjaren de meest onstuimige geweest op het romantische vlak. Soms zou ik willen dat ik even terug kon gaan, een dag of twee, en nogmaals die momenten kon beleven die ik diep van binnen nog steeds koester. Het melancholieke gevoel van oude liefdes, romantiek en verdriet zijn dan bijna weer voelbaar (vooral als je een dagboekfragment terugleest). En laat dat nu ook het gevoel zijn dat me het meeste raakt in Outlander.

Als Claire terugkeert naar deze tijd en er vervolgens twintig jaar over doet om weer terug te gaan naar haar grote liefde, dan voel ik gewoon die pijn. Moet je je voorstellen dat je gevangen zit in deze tijd, dag in dag uit, maar dat de man van je dromen, de vader van je kind, in een andere tijd leeft, een tijd die al lang vervlogen is en die langzaam vervaagt naar een herinnering, een melancholiek gevoel van wat ooit was.
Tjonge, die komt binnen.
Is dat niet hetzelfde gevoel als een vakantieliefde op vier vlieguren afstand, of die ene jongen die je om onbekende reden nooit meer hebt gezien of gehoord? Het verlangen een overleden dierbare nog een keer in je armen te kunnen sluiten of de liefdevolle herinneringen aan toen je nog samen was? Die gevoelens?eilean-donan-castle-650681_1920

Dat gevoel van heimwee, het onbereikbare, is eigenlijk het thema van deze serie. Het wordt versterkt door haar een ‘outlander’ of buitenstaander te maken. Ze hoort er niet bij en wanneer ze dat eindelijk wel doet, gaat ze terug naar de andere tijd en dan wordt dat gevoel weer opgeroepen.
In het begin van het verhaal verlangt ze terug naar haar eigen tijd, naar haar man en wil ze er alles aan doen om terug te keren. Maar dan komt er een omslagpunt, de huwelijksnacht, waardoor het verlangen om terug te gaan minder wordt. Later komt daar dus het verlangen naar de tijd met Jamie voor in de plaats. Dus Claire is bijna continue aan het verlangen naar het onbereikbare.

Dat is wat Outlander zo mooi maakt. Dat gevoel. Iedereen kan zich erin herkennen, de tiener met de vakantieliefde, de moeder met mijmeringen aan haar eerste vriendje en die misschien zelfs net als Claire gevangen zit in een liefdeloos huwelijk, de oma en haar overleden man. Het gevoel van heimwee en weer terug willen of er niet meer bij voelen horen. Ik wil niet beweren dat iedere bestseller dit doet, maar het oproepen van dit soort emotie’s is volgens mij wel nodig om een boek te schrijven die pakt, die een gevoel achterlaat en die nog jaren blijft hangen. Als je dan ook nog verschillende generaties kunt boeien en je boek dus leesbaar is voor een groot publiek, dan heb je een meesterstuk geschreven. Een bestseller.

Daarom heb ik dus een lijstje met gevoelens als thema gemaakt. Een boek draait niet alleen om mooie zinnen, een goed verhaal en ronde personages. Een boek is als een spiegel van de ziel, een diepgaand gevoel vastgezet in woorden, die al lezend gaan bruisen tot ze het vuurtje dat eerst binnenin smeulde doet oplaaien en je met rode wangen nagelbijtend aan het boek gekluisterd laat zitten tot het helemaal gelezen is. Zo’n boek wil ik schrijven. Welk diepgaand gevoel roept jouw favoriete boek bij je op?

Duwtje in de rug

Vaak moet ik mijzelf verdedigen waarom ik mijn kostbare tijd besteed aan het schrijven van boeken en verhalen. Soms voelt het als tegen de wind inlopen, of als het meeslepen van een zak aardappelen bij iedere schrijfstap die ik zet. Het is vreemd dat een vrijetijdbesteding als sporten, kaarten maken of breien (om maar wat te noemen) geen weerstand oproept, maar schrijven wel. Toen ik er een keer naar vroeg waarom men zo dacht, werd me verteld dat sporten nu eenmaal goed is voor de gezondheid, dit in tegenstelling tot schrijven. ‘En we hebben je nog steeds niet aan tafel van ”De Wereld Draait Door” gezien.’

Iedereen die een droom probeert te verwezenlijken, krijgt vroeg of laat te maken met weerstand. Het is juist die weerstand die aangeeft dat op de goede weg bent. Je wijkt van het pad af, je loopt niet met de rest mee, gaat er misschien dwars tegenin, dus roept dat weerstand op. We zijn nu eenmaal een kuddevolk, dus blijf vooral meelopen.

Idepression-1250870_1920k krijg vaak argumenten tegengeworpen als ‘het levert niets op, het kost alleen maar geld’ of ‘als je die tijd zou besteden aan je gezin of je baan, krijg je er veel meer voor terug’. Het zijn argumenten die de onzekerheid voeden. Want diep van binnen hoor ik dat stemmetje ook, als ik weer eens achter mijn computer zit om te schrijven ‘waar doe ik het eigenlijk allemaal voor?’ De strijk die veel te hoog opstapelt, de zoveelste zondag die je moet missen met je gezin, omdat je staat te koukleumen op een fantasy-festival op een druilerige herfstdag, die vernietigende  recensie die je diep raakt, het zijn de momenten wanneer de twijfel toeslaat, je je laptop tegen de muur wilt gooien en er met twee voeten op wilt gaan springen tot hij aan gruzelementen ligt.

Het is soms moeilijk uit te leggen aan mijn omgeving wat schrijven met me doet. Een hoofd vol verhalen die schreeuwen om aandacht, de gevoelens als je dat plotgat eindelijk hebt weten te dichten na weken piekeren en analyseren, het ultieme gevoel als je voor de eerste keer je boek vasthoudt waar je al zolang aan gewerkt hebt, gesprekken met enthousiaste lezers. Maar er zijn ook minder leuke kanten; jezelf soms dwingen om te schrijven omdat het boek af moet, de deadlines, het herschrijven, de (zelf)kritiek, de onzekerheid. Dat is niet uit te leggen en dat moet je ook niet proberen, want het is niet onder woorden te brengen welke emoties, soms allemaal binnen een uur, er allemaal door je lichaam razen.

Het is niet altijd makkelijke om datgene te doen wat je hart je ingeeft, om je gedachten, je verhaal op papier te zetten en de wereld in te sturen zodat iedereen, maar dan ook iedereen, kan zeggen en vinden wat hij of zij ervan vindt. En om dan niet te reageren, want dat is voor een schrijver uit den boze. Ik schrijf dit niet om veren in mijn reet te krijgen, ik schrijf dit omdat ik me afvraag of er meer schrijvers met dit probleem kampen of omdat ik een bord voor mijn kop heb en niet wil luisteren naar goedbedoelde adviezen?

Afgelopen week was ik aanwezig bij een YA event. Het was er druk, want er was een beroemde Amerikaanse schrijver aanwezig. Ik was mijn tafel aan het opbouwen en gluurde af en toe naar de groeiende rij lezers die stonden te wachten op een handtekening. ‘Daar kun je als schrijver alleen maar van dromen’ zei ik tegen een moeder die vol verwondering met me meekeek. De schrijver maakte een kort praatje voor het signeren van ieder boek en ging daarna met iedere lezer geduldig op de foto. Er werden goodies uitgedeeld door een team mensen van de uitgeverij, ze stonden in dienst van de schrijver. Voor ik er erg in had was ze alweer verdwenen naar het volgende event.

Die middag had ik heerlijke gesprekken met collegae-schrijvers en lezers. Geen kort moment, maar tijd voor elkaar en met elkaar. Er werd gelachen, er werden ervaringen gedeeld en gingen, meerdere keren, met elkaar op de foto. Een heerlijke middag. Toen ik naar huis reed vroeg ik me af of de Amerikaanse schrijver het ook zo ervaren had. Ze zal ongetwijfeld genoten hebben van al die lezers die graag een handtekening in hun boeken wilden hebben, maar tijd om een echt over haar boeken te praten was er niet. Tijd om met ons, onbeduidende Nederlandse schrijvers, te praten en ervaringen te delen was er ook niet. Wij stonden gezellig bij elkaar, zij stond alleen aan een tafel te signeren. Opeens besefte ik dat ik rijker ben dan ik dacht. Het is niet belangrijk om aan tafel te zitten bij Matthijs van Nieuwkerk, het is niet nodig om eehandshake-2009195_1920n lange rij wachtenden voor je tafel te hebben staan. Het gaat erom dat je doet waar je van houdt, dat je dit kunt delen met mensen die je waarderen en je begrijpen en dat je jezelf uitdaagt het beste te doen wat je op dat moment kunt doen, iets doet wat helemaal jou is.

Vaak is het die weerstand die me de motivatie geeft om nog iets extra’s te geven, om het nog beter te doen, om te bewijzen dat wat ik doe het beste is wat ik op dat moment kan. Passie gaat altijd ten koste van iets, dat is wat passie doet, het slokt je soms op, het moet eruit, anders wordt je er ziek van of krijg je later spijt. Het is een onderhuids monster dat eruit moet, anders kwijnt het weg, net als jij. Het is aan jou te proberen alle ballen hoog te houden en te doseren, zo goed en zo kwaad als je kunt, je passie te verweven met het dagelijkse leven. Ik wil een voorbeeld zijn voor mijn kinderen dat je je dromen moet nastreven, dat je hard moet werken om ze te realiseren en dat je moet doen wat goed voelt.

Ik hoef geen geld, geen prijs, beroemd te zijn om me beter te voelen. Af en toe een schouderklopje, een goedkeurend knikje, een opmerking als ‘knap’ of ‘tof verhaal’ dat zou best leuk zijn. maar het hoeft echt niet. Wat ik eigenlijk en vooral wil is respect voor het volgen van mijn passie en heel af en toe een duwtje in mijn rug. Want ook al geeft passie je vleugels, soms dat kan dat ene duwtje net genoeg zijn om boven jezelf uit te stijgen.

Ben ik een literaire psychopaat?

Er wordt me wel eens gevraagd wat ik moeilijk vind als schrijver. Meestal beantwoord ik de vraag lacherig met een ‘ach, valt wel mee…’ of  ‘redigeren, denk ik.’ Vandaag ontdekte ik waar ik als schrijver toch wel wat moeite mee heb.

Als je een schrijfcursus volgt dan wordt er meestal verteld dat je emotie moet toevoegen aan een manuscript. Ergens moet je de lezer weten te raken, zodat die emotioneel betrokken wordt bij het personage of verhaal, zodat hij/zij koste wat kost wil weten hoe het afloopt. Heb je een thriller dan is het meestal de spanning naast de emotie, bij een fantasie de verbeelding. Maar hoe doe je dat? Daar komt het… je bent als schrijver erg onaardig tegen je personages.

Vanochtend schreef ik weer zo’n stukje. Ik sloot mijn computer af, liep naar school om de kinderen op te halen en bedacht me hoe erg het was voor mijn personages om dit te moeten doormaken. Ik voelde me echt een beetje schuldig, de emotie was nog in mijn hoofd blijven hangen en ik voelde letterlijk de pijn van beide personages. Mijn eerste reactie was ‘dat ga ik maar niet doen’ maar later bedacht ik me dat deze momenten er juist voor zorgen dat de lezer in het verhaal wordt gezogen, de pijn ook voelt (hopelijk) en meeleeft met die arme X of Y of beide. Als jij, als schrijver, die pijn al kunt voelen, hoe moet dit dan voor de lezer zijn? Als schrijver creeer je nog een beetje afstand, jij had het ook anders kunnen schrijven, het was dus je eigen keuze, maar als lezer ben je overgeleverd aan de grillen van de schrijver.barbarian-152853_1280

Het is niet eenvoudig om mensen van wie je bent gaan houden, ook al zijn het dan personages in je hoofd, pijn te doen. Het kost aardig wat schrijftijd, want diep in je hart wil je niet die ene scene schrijven, wil je niet dat ze door een diep dal gaan, een emotioneel wrak worden, of lichamelijk vermorzeld worden tot ze nauwelijks meer kunnen blijven staan. Maar hoe saai zou een verhaal dan zijn?

Dus, nu moet ik gaan proberen de brokstukken weer bij elkaar te rapen. Moet ik lijmen wat er te lijmen valt, zodat ik in het volgende hoofdstuk of verder ze weer keihard stuk kan slaan. Dat is dus wat ik doe. Ik ben dus een literair psychopaat die gewapend met pen en inkt de personages laat bloeden, huilen, gillen…
Misschien dat het toch eens tijd wordt voor iets anders… een feelgood misschien 😉

Topje van de ijsberg

De setting in mijn boek De Orde van de Poortwachters is het topje van de ijsberg. In mijn hoofd heb ik een complete wereld geschapen, naast die van ons. Het heeft een eigen regering, regels en een hiërachie. Ook voor Vlinder in Kant heb ik dit gedaan.
Om de wereldbouw te kunnen laten doorsijpelen tussen de regels door, moet ik mij als schrijver bewust zijn van deze wereld, moet ik meer weten dan er eigenlijk wordt fantasy-2231796_1920verteld. Dit is hetzelfde met research, je vindt veel meer dan je gaat vertellen, maar door de kennis die je hebt opgebouwd kun je je personage veel beter laten bewegen in deze wereld.

Neem bijvoorbeeld het boek Gejaagd door de wind. Het verhaal speelt zich af in de 19e eeuw in de Verenigde Staten en begint net voordat de burgeroorlog tussen Noord en Zuid uitbreekt. We maken kennis met Scarlett en via haar komen de oude gebruiken en opvattingen die men in het Zuiden had tot leven. We kijken met haar mee door een bril van vooroordelen en opvattingen. Als de schrijver dit had verteld in een infodump, dan was dat oersaai geweest, maar door de kennis te verweven met het verhaal, komen we meer te weten over de gebruiken van vroeger en leren we Scarlett beter kennen. Zo is er in het begin de scene waarin de dames ’s middags een middagdutje gaan doen. Dit was inderdaad gebruikelijk in die tijd. Door dit te benoemen en door Scarlett te laten ronddwalen in het huis op zoek naar haar love interest, voelt het niet als een infodump en ontdekken we dat Scarlett een pittige dame is die niet bang is om de regels te overtreden.

JK Rowling heeft een prachtige wereld geschapen die leeft naast de onze. Velen van ons dromen om ooit nog eens in Hogwarts te komen, of in de Weg-is-wegstraat of een potje zwerkbal te mogen spelen. Hoe geloofwaardiger de wereld wordt beschreven, des te meer de lezer zichzelf kan onderdompelen in het verhaal.

fantasy-2925250_1920De Orde van de Poortwachters is een complexe wereld naast de onze. Hij is al schrijvende ontstaan en daarna dieper uitgewerkt in mijn hoofd. In deel een heb ik deze wereld dus al flink uitgewerkt en wie het boek las, ontdekte de andere divisies die achterin het boek staan vermeld. Nu ik deel twee aan het schrijven ben, kan ik deze kennis gebruiken om de wereld verder op te bouwen. Ik wil nog niet alles delen, er moet ten slotte nog wat over zijn voor deel drie en ik wil de lezer niet overladen met teveel details.

Voor Vlinder in Kant ben ik net begonnen. Het is een fantasy wereld die wat wegheeft van de Victoriaanse tijd, maar het heeft een eigen regering, regels en zelfs een oorlog die al jaren gaande is. Zelfs het buurland heeft een eigen geschiedenis, hun eigen gebruiken en regels en heeft dus een compleet andere bevolking.

Vaak ligt de nadruk op het uitdiepen van de personages en de vele cursussen die ik heb gevolgd benadrukken dit allemaal. Maar het rond maken van je wereld of setting is net zo belangrijk als dat van je personages, en dan maakt niet uit of je fictie of non-fictie schrijft. De wereld moet kloppen, moet ademen en moet aannemelijk zijn en dat moet doorsijpelen in het doen en laten van je personages, hun opvattingen en overtuigingen.
Je personages kunnen nog zo rond zijn, als je wereldbouw plat is komen ze niet tot leven. Hoe bouw jij je wereld of hoe komt jouw setting tot leven?